Contact

Waarom Loonkostenvoordelen?

Bij de regeling premiekorting die we tot 2018 kenden, moesten werkgevers zelf bepalen of er recht was op premiekorting en zo ja hoeveel en voor hoe lang. Niet eenvoudig en bovendien fraudegevoelig. Daarnaast bestond er de verzilveringsproblematiek dankzij de systematiek van premiekorting. De korting kon worden toegepast op de premies voor de werknemersverzekeringen, maar het jaarlijkse premiebedrag was daarmee ook de maximale korting voor een werkgever. Neem bijvoorbeeld een werkgever die recht had op een premiekorting van € 7.000,- per jaar, maar aan premies werknemersverzekeringen jaarlijks € 5.000,- betaalde en dus € 2.000,- aan korting misliep.   Het bedrag aan misgelopen korting bedroeg jaarlijks 50 miljoen euro. Kortom de nieuwe regeling is er  om de subsidieregeling makkelijker, minder fraudegevoelig en lonender te maken.

Voordelen per 2018

De Wet tegemoetkoming loondomein bestaat per 2018 uit de volgende drie regelingen:

 1. Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Een werkgever heeft recht op het lage inkomensvoordeel als hij een werknemer in dienst heeft die 100% tot 125% van het wettelijk minimumloon per uur verdient, nog niet de AOW gerechtigde leeftijd heeft bereikt en ten minste 1.248 verloonde uren per jaar heeft. Het voordeel voor de werkgever bestaat uit € 1.000 per jaar voor werknemers die tussen 100% en 110% van het wettelijk minimumloon verdienen en € 2.000 voor werknemers die een loon tussen 110% en 125% van het minimumloon ontvangen.

2. Jeugd Lage-inkomensvoordeel (Jeugd-LIV)

Voor werkgevers die werknemers in dienst nemen of houden die minimaal 18 jaar en maximaal 22 jaar zijn is er het Jeugd lage-inkomensvoordeel. Een werkgever heeft recht op een tegemoetkoming indien de jongere werknemer gemiddeld het wettelijk minimumloon verdient dat bij zijn of haar leeftijd hoort. De hoogte is afhankelijk van de leeftijd van de werknemer en het aantal uren dat wordt gewerkt. De maximale kortingen per jaar liggen momenteel op afgerond € 480,- voor een 18-jarige werknemer en € 3.290,- voor een 22-jarige werknemer.

3. Loonkostenvoordelen (LKV)

Werkgevers maken aanspraak op loonkostenvoordeel als zij oudere werknemers of werknemers met een arbeidsbeperking in dienst nemen of houden. Bij de oudere werknemer gaat het om een 56-plusser die voor hij in dienst kwam een uitkering genoot. Werknemers met een arbeidsbeperking zijn arbeidsgehandicapten, werknemers die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen en scholingsbelemmerden. De voordeelbedragen voor het in dienst nemen van ouderen of arbeidsgehandicapten bedraagt maximaal € 6.000,- per jaar. Als een werkgever een arbeidsgehandicapte herplaatst dan is er recht op één jaar voordeel. Het maximale voordeelbedrag voor het in dienst namen van scholingsbelemmerden of werknemers uit de doelgroep van de banenafspraak bedraagt maximaal € 2.000,- per jaar.

Het ministerie heeft een inschatting gemaakt wat de Belastingdienst jaarlijks aan tegemoetkomingen zal moeten uitkeren. Het lage-inkomensvoordeel blijkt daarbij de grootste ‘kostenpost’.

 

Regeling Totaal bedrag Aantal werkgever Aantal werknemers
LIV  € 500.000.000,-  80.000  350.000
Jeugd-LIV  € 127.000.000,-  89.000  326.000
LKV  € 300.000.000,-  40.000  70.000

 

Knelpunten van de nieuwe regeling

De Wet tegemoetkoming loondomein verandert het stelsel van premiekortingen volledig. Niet alleen is de doelgroep gewijzigd, ook de uitvoering verschilt compleet van de vorige regeling. Het is daarom niet verbazend dat er sprake zal zijn van gewenning en aanloopproblemen. Die problemen worden  ook voorzien door het ministerie van Binnenlandse Zaken & Koninkrijksrelaties. Dit ministerie herbergt het Bureau ICT-toetsing (BIT) en BIT heeft afgelopen najaar geadviseerd om de invoering van de  LKV-regeling  met een jaar uit te stellen. De belangrijkste reden voor dit advies is dat BIT concludeerde dat een aantal belangrijke geautomatiseerde processen niet tijdig klaar zouden zijn, met als gevolg dat UWV en Belastingdienst veel processen handmatig moeten verwerken. Aangezien het advies van BIT niet is opgevolgd, is het zinvol om de knelpunten die zij aankaart nader te analyseren en natuurlijk ook de reactie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid te vernemen.

Knelpunten LIV

Het lage-inkomensvoordeel wordt door de Belastingdienst uitgekeerd en is ook als eerste van de subsidieregelingen aan de beurt. LIV is immers al in 2017 ingevoerd en de voordelen van 2017 moeten uiterlijk september van dit jaar (2018) zijn uitgekeerd. Het BIT maakt zich zorgen over het uitbetalingsproces omdat de Belastingdienst hier een volledig nieuw systeem gaat gebruiken. Dit systeem was ten tijde van het BIT-advies nog niet gereed. Ook de werkwijze zelf was voor BIT een punt van zorg. Het was het bureau niet duidelijk op welke wijze het proces van uitbetalen van de tegemoetkomingen, waaronder verrekening van vorderingen en boete-inningen, zou worden vormgegeven. Minister Koolmees stelt het BIT graag gerust en geeft aan dat dit proces niet zal afwijken van de gebruikelijke werkwijze van de Belastingdienst. Hij geeft toe dat het inderdaad een risico is dat met een nieuw automatiseringssysteem wordt gewerkt. Toch is dit volgens hem minder risicovol dan dat het nieuwe proces moet worden ingebouwd in de bestaande systemen die inmiddels al rond de veertig jaar draaien. Het nieuwe systeem wordt momenteel ontwikkeld en naar verwachting in april 2018 opgeleverd. De Belastingdienst heeft dan tot augustus om te testen en de beslissing te nemen of het nieuwe systeem de uitbetaling in september 2018 kan verrichten. Mocht dan blijken dat de zorgen van BIT bewaarheid worden, dan heeft de Belastingdienst een back-op systeem die de voordelen kan uitbetalen. We hoeven ons wat de minister betreft dus geen zorgen te maken.

Een andere kwestie die het BIT aankaart is de berekening van het LIV die aan de werkgever wordt verzonden. In 2018 gebeurt dit per post en vooral voor werkgevers die veel werknemers met een loon rond het minimumloon in dienst hebben is dit weinig praktisch. Als reactie daarop gaat Koolmees regelen dat grote werkgevers, met meer dan 100 LIV-gerechtigde werknemers, naast de post, ook een digitaal bestand krijgen van de werknemers waarvoor recht op LIV bestaat. Deze tijdelijke digitale maatwerkoplossing geldt ook voor de beschikkingen van het LIV.

Knelpunten LKV

De uitbetaling van het LKV (en Jeugd-LIV) vindt pas volgend jaar plaats dus voor minister Koolmees is het duidelijk dat het uitbetalingsproces tegen die tijd sowieso vlekkeloos zal verlopen. Wel zijn er andere knellende zaken die BIT aankaart en die de minister ook herkent. Allereerst is er om in aanmerking te komen een doelgroepverklaring nodig. Dat is met name ingewikkeld bij het LKV voor oudere werknemers die vanuit de Participatiewet in dienst komen. De gemeente zal in dat geval de doelgroepverklaring moeten afgeven en die moet ook bij UWV terecht komen. Hier is nog geen geautomatiseerd proces voor beschikbaar, zodat gemeenten bij een aanvraag van een verklaring een papieren stroom op gang moeten brengen. Ook bij UWV zelf lijkt de doelgroepverklaring tot veel papierwerk te leiden. Het verstrekken van de doelgroepverklaring gebeurt digitaal of op papier als de werknemer daar om gevraagd heeft. Het verstrekken van een kopie doelgroepverklaring aan een werkgever gaat op papier. Ook het verstrekken van een doelgroepverklaring waarbij de werknemer iemand anders (bijvoorbeeld de werkgever) gemachtigd heeft zal op papier gebeuren. Het BIT geeft aan dat een doelgroepverklaring voor het LKV doelgroep banenafspraak overbodig lijkt, omdat UWV beschikt over deze gegevens in het doelgroepregister en de werkgever inzage heeft in het doelgroepregister. Minister Koolmees geeft BIT hierin gelijk en wil de Wet op dit punt aanpassen na overleg met UWV. Waarschijnlijk zal per 2019 dus geen doelgroepverklaring noodzakelijk zijn voor de LKV van deze doelgroep.

Ten tijde van het BIT-advies was er nog sprake van dat de registratie van de doelgroepverklaringen in een excelprogramma ingeklopt zou worden door UWV-medewerkers. Minister Koolmees geeft niet aan of hiervoor al een efficiëntere werkwijze is gevonden.

Weinig efficiënt is eveneens de voorlopige berekening die werkgevers ontvangen ter controle van hun loonkostenvoordeel. Het plan is om in de beginjaren van het LKV de voorlopige berekening en de beschikking op papier aan de werkgevers te sturen. Er loopt wel een project om dit digitaal te regelen, maar dat verkeert nog in een voorbereidend stadium. Het plan is om in de tussentijd grote werkgevers net als bij LIV te helpen met een tijdelijke digitale maatwerkoplossing. Ook deze oplossing bevindt zich  echter nog in de ontwikkelingsfase.

Privacyvraagstukken

Er lijkt in inkomensverzekeringsland momenteel bijna geen onderwerp zoveel aandacht te krijgen als privacy. Ook bij de regeling van loonkostenvoordelen loondomein speelt het een belangrijke rol, omdat het persoonlijke kenmerken zijn die bepalen of een werknemer in een bepaalde doelgroep hoort. Bij de uitvoering van subsidieregelingen is dat lastig. Enerzijds moet een werkgever gestimuleerd worden om een werknemer met een beperking in dienst te nemen, anderzijds is de informatie dat een werknemer een beperking heeft privacygevoelig. Concreet betekent dit dat de aanvraag van een, voor de LKV noodzakelijke, doelgroepverklaring door de werknemer wordt gedaan. Hij mag eventueel de werkgever machtigen om de aanvraag te doen, maar blijven beide acties uit, dan kan de werkgever geen gebruik maken van het loonkostenvoordeel. Dat is vooral opmerkelijk bij de verklaring voor de doelgroep van de banenafspraak, aangezien het voor de werkgever inzichtelijk is of een werknemer hiertoe behoort. Zoals eerder aangegeven is het gelukkig waarschijnlijk dat deze ‘doelgroepverklaring-eis’ uit de wet zal worden geschrapt.

Bij het invoeren van nieuwe regelgeving die de bescherming van de persoonlijke levenssfeer kan beperken, moet de overheid een Gegevensbeschermings-effectbeoordeling uitvoeren. Zo’n beoordeling, ook wel  Privacy Impact Assessment (PIA) genoemd, helpt bij de beoordeling of nieuwe technologie, informatiesystemen, programma’s, beleid en wetsvoorstellen op het voldoen aan privacy vereisten. UWV heeft inderdaad een PIA toets uitgevoerd. Deze PIA toets heeft aangetoond dat de beheersing van de beveiligings- en privacy risico’s binnen het programma Wtl in overeenstemming is met het beleid van UWV op dit punt, maar op onderdelen onvoldoende is gewaarborgd. De Belastingdienst heeft in eerste instantie gedacht dat een uitgebreide PIA toets niet nodig was.  Naar aanleiding van de bevindingen van het BIT op dit punt heeft de Belastingdienst besloten om deze maand toch een volledige PIA toets uit te voeren.

Uitstel kan niet meer

Al met al ontstaat toch een beeld dat de voorbereidingen op de nieuwe subsidieregeling in een te korte tijd (hebben) moeten plaatsvinden. Het advies van het BIT om de regeling LKV met een jaar uit te stellen is gezien de aangekaarte knelpunten niet vreemd. Toch gaat dit uitstel er iet komen. Minister Koolmees geeft daarvoor twee redenen. Allereerst verwacht hij dat de knelpunten op tijd zijn opgelost, hopelijk voor de LIV-uitkeringen per september en in ieder geval voor de verwerking van het Jeugd-LIV en de LKV’s. De tweede reden die de minister geeft en die wat ons betreft realistischer is, is dat de regeling van premiekortingen al is beëindigd. Uitstel van LKV zou betekenen dat werkgevers in 2018 geen loonkostenvoordeel of premiekorting ontvangen indien zij werknemers met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst nemen of houden. Dat is onwenselijk en daarin moeten we de minister gelijk geven. 

Uiteraard volgen we de komende tijd de ontwikkelingen bij de uitvoering van de LIV’s en de LKV’s. Houdt u onze nieuwsbrieven in de gaten.

243